HomeVerhalenNieuwsHet verhaal van Bonter (en één stinkende vuilbak)

Het verhaal van Bonter (en één stinkende vuilbak)

Hey, ik ben Mats, oprichter van Bonter. Wat nu lijkt op een doordacht plan, begon eigenlijk met iets eenvoudigs: het gevoel dat er iets niet klopte. Dit is het verhaal van Bonter, stap voor stap, vanuit dat kleine maar hardnekkige probleem.

Ik ben opgegroeid in de Kempen, tussen de velden, kippen en bomen. Als kind was ik altijd buiten, bezig met planten, dingen in elkaar steken of uit elkaar vijzen. Nieuwsgierig naar hoe alles werkte. Die drang om te begrijpen en te verbeteren is altijd gebleven.

Na mijn studies in Gent ben ik er blijven plakken. Wat ooit tijdelijk leek, werd permanent. En ondertussen woon ik hier al sinds 2011.

Het idee voor Bonter kwam niet uit een strategische brainstorm, maar uit een frustratie. Zes jaar geleden woonde ik in een klein appartement in de stad (foto hierboven). Dat appartement was een tussentijdse oplossing. Maar al snel merkte ik dat ik nergens met mijn keukenafval naartoe kon. Geen compostbak, geen GFT-ophaling, geen tuin. Alles moest in de restafval. En dat wringt.

Vroeger ging alles naar de composthoop, de kippen of de GFT-container. Dat voelde juist, logisch. Maar in de stad had ik plots geen toegang meer tot dat systeem. Er werd niets opgehaald, er was geen plek voor een container. Dus ging het afval bij het restafval. Klaar om verbrand te worden of te rotten op een stort. Het idee dat iets natuurlijks en waardevols eindigde als vuilnis, voelde gewoon fout.

Mijn appartement bestond uit een kleine keuken die overliep in de living. En dat betekende dat de geur van die vuilnisbak overal hing. De stank was niet eens het ergste. Het waren de natte zakken, de fruitvliegen, het schuldgevoel. Dat idee dat je iets goeds weggooit, terwijl je weet dat het anders kan.

Op zoek naar een oplossing

Zoals veel stedelingen begon ik te zoeken. Er moest toch een manier zijn. 

GFT viel af: het werd niet opgehaald, en ik had geen ruimte om een container te plaatsen.

Dan ontdekte ik Bokashi, een methode om afval te fermenteren in emmers. Klinkt goed, maar in de praktijk was het niets voor een appartement. Te weinig capaciteit, te veel additieven, en het zag er niet uit.

Vervolgens stootte ik op elektrische “composters”, die afval zouden omzetten tot iets bruikbaars. Maar na een half uurtje onderzoek was duidelijk dat het marketing was. Die toestellen verbruiken veel energie, blazen vochtige lucht je keuken in en wat eruit komt is geen compost, maar gewoon verhitte pulp. En het ruikt nog erger dan voordien.

En toen kwam ik bij vermicomposteren uit: composteren met wormen. Een natuurlijk, traag proces, maar efficiënt en geurloos als je het goed doet. En vooral: het werkt zonder elektriciteit.

De eerste wormenbak

Ik verdiepte me in YouTube-video’s en ontdekte een hele community van mensen die hun eigen wormenbak bouwden. Twee tonnen, wat gaas, wat luchtgaten, en klaar. Ik besloot het te proberen.

Ik fietste naar de stad, kocht twee zwarte tonnen en boorde er gaten in. Via een Facebookgroep kwam ik in contact met iemand die een overschot aan compostwormen had. Met een tupperwarepotje reed ik erheen. Mijn eerste lading wormen.

Eenmaal thuis verhuisden mijn nieuwe huisgenoten naar hun zelfgemaakte woning. Na enkele dagen begon het systeem te werken. Het afval verdween en ik stond versteld van hoe goed het werkte.

Maar dat was niet het product dat ik zocht. Mijn appartement was klein, en alles stond in het zicht. Twee gestapelde plastic tonnen in de hoek waren geen gezicht. Bovendien was het een gedoe om de compost eruit te halen zonder de wormen. Wat technisch werkte, was visueel en praktisch een no-go.

Een systeem dat vanzelf loopt

Na wat verder onderzoek ontdekte ik continuous flow-systemen.

Dat principe sprak me meteen aan: composteren dat nooit stopt. Je gooit bovenaan afval bij, en onderaan oogst je compost. Geen stapelen, geen scheppen, geen reserveonderdelen. Gewoon een gesloten systeem dat zichzelf in balans houdt.

Het was briljant in zijn eenvoud, maar opnieuw: de bestaande modellen waren bedoeld voor buiten. Groot, log, en niet bepaald iets wat je naast je keukenkast zet.

Daar groeide het idee van Bonter in zijn huidige vorm: een continuous flow wormenbak die binnen past. Compact, onderhoudsarm, en ontworpen om te tonen in plaats van te verbergen.

Van persoonlijke oplossing naar iets groters

Aanvankelijk wilde ik gewoon één exemplaar maken, voor mezelf. Maar toen ik erover begon te praten, hoorde ik overal hetzelfde: “Dat wil ik ook.” “Laat me weten als het klaar is.” Wat begon als een persoonlijke oplossing, bleek iets wat veel mensen zochten zonder het te weten.

Dat besef veranderde alles. Ik had geen ervaring met productontwikkeling, maar dacht: why not. Laat me proberen iets te maken dat functioneel én mooi is.

Bonter eerste ontwerpen
De eerste 3D prints en ontwerpen.

De eerste ontwerpen

Door mijn achtergrond in 3D-visualisatie kon ik mijn schetsen snel omzetten in digitale ontwerpen. Dat hielp om te zien wat werkte en wat niet. Ik experimenteerde met vormen, verhoudingen, de manier waarop het afval zakt, hoe de lucht circuleert. De focus bleef altijd hetzelfde: gebruiksgemak.

Na talloze versies had ik eindelijk een ontwerp dat goed voelde. Ik kocht een 3D-printer, keek tutorials, en begon mijn eerste miniatuurversie te printen – op schaal 1/10.

Toen het klaar was, testte ik het met echte compostwormen. En het werkte. (No animals were harmed.)

Het was een kleine doorbraak. Natuurlijk wist ik dat het nog een wereld van verschil is tussen een prototype op schaal en een echt product. Maar het principe stond. En dat gaf energie.

Onderzoek en bevestiging

Ik wilde weten of mensen er effectief geld voor over hadden. Dus zette ik een website op met een interactief formulier (via het Gabor Granger model) om een ideaal prijspunt te berekenen. Ik sponsorde de pagina via advertenties op Facebook en Instagram. Meer dan tweehonderd mensen namen deel.

De resultaten waren duidelijk: mensen willen een oplossing voor hun keukenafval, en ze zijn bereid ervoor te betalen. Twee duidelijke doelgroepen, twee duidelijke prijspunten. Dat gaf me het vertrouwen om een versnelling hoger te schakelen.

De samenwerking met Stanislas verliep vaak digitaal. Hier presenteerde hij zijn eindwerk.

Samenwerkingen en groei

In 2025 kreeg alles snelheid. Ik werkte samen met de Universiteit Antwerpen, waar meer dan zestig studenten productontwikkeling meedachten over Bonter. Daarnaast liep Stanislas van HoWest stage bij mij thuis. Samen verfijnden we de kleine prototypes en schaalden we ze op.

Sinds juni staat het eerste echte Bonter-prototype op ware grootte in mijn keuken. Nog niet perfect, maar het werkt. Geen geur, geen gedoe, geen ontsnapte wormen.

Check, check, check.

In Nederland werd één van de onderdelen met een XL 3D printer geprint. Mega blij!

Wat er nu aankomt

Vandaag werk ik aan de laatste stappen om de vennootschap op te richten. Zodra dat in orde is, start een Belgisch ontwerpteam met de ontwikkeling van prototype V2. Dat wordt getest bij verschillende huishoudens, elk met hun eigen gewoontes, ruimtes en ritmes. Hun feedback zal de basis vormen voor het definitieve model, klaar voor productie. Ontdek meer over Bonter One.

Daarna volgt een presale of Kickstartercampagne. Als je graag op de hoogte blijft, schrijf je dan hier in op de wachtlijst.

Ik kijk enorm uit naar dat traject. Niet alleen omdat ik Bonter eindelijk in mijn eigen keuken wil gebruiken, maar ook omdat ik dagelijks berichten krijg van mensen die me volgen, die tips geven of gewoon enthousiast zijn. Dat motiveert.

Het huidige protoype in mijn keuken.

Het verhaal van Bonter gaat verder

Wat begon als een oplossing voor één persoon, groeide uit tot iets dat de manier waarop we naar afval kijken kan veranderen.

Bonter wil niet enkel composteren eenvoudiger maken, maar de waarde van afval terug in beeld brengen.

Het is nog maar het begin. Maar samen kunnen we er iets groots van maken.

Bedankt om mee te lezen, en mee te geloven.

Mats

Ik ben de oprichter van Bonter. Ik help mensen die klein wonen om van hun etensresten iets waardevols te maken. Composteren lijkt vaak lastig of vies, maar Bonter toont dat het net simpel, proper en de moeite waard kan zijn.

Schrijf je in op de wachtlijst

Verzeker je plek voor de eerste productieronde. Ontvang updates en verhalen uit de community terwijl we Bonter One klaarmaken voor de lancering.